Antwerpen—  Dublin — Cork — Antwerpen.

— door Ward Hulselmans

Zondag 19 mei

 

7u. Ik kijk naar buiten en van boven de Ierse Zee vecht een dapper zonnetje met de nevel. Ik bedenk me hoe Simon Carmiggelt zo’n zon noemde : “een zonnetje als een verlegen meisje”. We varen zuidwaarts over een gladde zee richting Cork, waar we in de vooravond zullen arriveren. Nergens is land te bespeuren. Ik heb het gevoel dat dit een gezellig slenterdagje wordt, er staat niks op het programma. Goed zo.

 

Het ontbijt hou ik simpel. Pools brood met koude Poolse worst en kaas (negen op tien ook Pools, wat enigszins raar is, vermits er geen enkele Pool aan boord is). De Elbfeeder klieft tegen een vaartje van 15 knopen door het water. Straks verlaten we het St.-George kanaal om weer de Keltische Zee in te varen.

 

Op het dek is het 13 graden en achter een reddingsboot vind ik beschutting tegen de wind. Dit is genieten. Ik heb zicht op het witte schuimspoor dat we achterlaten in een zee die van hieruit bijna zwart lijkt. Het is wonderlijk hoe rijk het kleurenpalet van de vrije zee is: het gaat van lichtgroen over azuur tot blauwzwart, met alle variaties daar tussenin.

Ik krijg niet genoeg van het spektakel.

"Zon en wolken wisselen elkaar af. De wolken winnen het uiteindelijk."

De zee wordt ruwer en ik kouder. Terug naar de kajuit.

 

Vanuit een soort masochistische opwelling, neem ik uit mijn tas het dagboek dat Joris Van Bree schreef tijdens zijn tocht naar New York, aan boord van het mega-containerschip Atlantic Sun. Het was na die tocht dat hij op de idee van “Cptn Zeppos” kwam. Hij heeft me er al over verteld, over het verschil tussen grote en heel kleine cargo’s als mijn Elbfeeder, maar ik blijf curieus naar het passagiersleven op zo’n oceaankruiser.

 

En zo lees ik hoe heerlijk het was om op de Atlantic Sun een sauna te nemen en daarna in een klaarhangende witte badjas te kruipen.  Sauna?? Of hoe de kapitein zijn gasten de wijn inschenkt. Wijn??     Er worden voorgerechten geserveerd en ik lees hoe een verse zalm op zijn bord wordt gedrapeerd. Vis?? Echt ?

 

En zo gaat het maar door: Joris gaat aan boord fitnessen, Joris klapt op dek de zonnestoelen open, dagelijks wordt zijn cabine gepoetst, Joris maakt een gezondheidswandeling rond het schip, hij mag op de brug zelfs aan het roer, want wat is de kapitein toch een sympathieke peer enz…enz…

 

Uiteindelijk klap ik het dagboek van mijn goede vriend dicht. Ik heb een droge mond en slik het fata morgana van zalm-met-wijn weg. De rangorde op de wereldzeeën is me plots duidelijk. De cruiseschepen zijn de kreeften, de grote cargo’s de scampi’s en wij zijn de guppies.

 

Zo is het nu eenmaal: elke zeereis is verschillend en trouwens, ik heb zélf voor dit gebrek aan luxe gekozen. Dat is precies de charme van de Elbfeeder en op één of andere manier had ik dit ook nodig. 

"Het komt op een goed moment in mijn leven en ik ben de zeegoden dankbaar voor dit avontuur."

Tweede Officier Iwan – geel T-shirt, bleek gezicht –, wordt sympathieker en sympathieker. We zitten als enigen in de mess en lepelen onze Salyongka binnen. De soep smaakt me echt en ik vraag Iwan meer uitleg.

 

Uit zijn beperkte Engels begrijp ik dat Salyongka een soort panorama van de week is. Ach zo. Iets waar Ramon stiekem zijn overschotjes in kwijt kan. Iwan knikt en ik bekijk de soep nu met andere ogen. In de restjes-mix herken ik bepaalde drijvende dingen en andere dan weer niet.

 

Plots, vanuit het niets, gooit Iwan op tafel dat Vincent Kompany zijn laatste match voor Manchester City heeft gespeeld. Jaja, dat wist ik gisteren ook al. En, dixit Iwan, hij wordt straks de nieuwe trainer van Anderlecht. Pardon? Ik verslik me, schudt néé, maar hij zweert dat het waar is. Hoe hij aan dat nieuws komt hoor ik niet : radiocontacten op de brug? Sateliettelefoon? Het blijkt in elk geval de waarheid en Iwan ontpopt zich als een echte voetbalfanaat. Zijn favoriete speler is Malinowski van…Racing Genk, om de eenvoudige reden dat de spits werd weggekocht bij de Oekraiënse club Shatkar Donetsk, en Donetsk is toevallig Iwan’s geboortestad. Bovendien, zegt hij: sinds gisteren is Racing Genk en niet Club Brugge zeker van de titel in eerste klasse. Voilà. Hij kijkt me met brede gijns aan.

 

En zo is weer bewezen dat ik hier geen TV of radio nodig heb: het wereldnieuws wordt gewoon over de Salyongka heen verteld.

"De dag verloopt als verwacht. Er gebeurt niets."

Tegen vijf uur in de namiddag naderen we Cork. De Elbfeeder neemt serieus gas terug omdat er nog een Portugese boot op onze plek ligt. Als we de monding van de rivier Lee opvaren en weer een loods aan boord nemen, tuft de Portugees langs ons heen de zee op. De timing is perfect. Wachten kost alleen maar geld.

 

Ik blijf aan dek, want de rivier Lee slingert door een postkaart-landschap van groene heuvels en kleurrijke huisjes onder witte stapelwolken. Na elke bocht gaat een nieuw plaatjesboek open. Uiteindelijk zet ik mij neer op de enige bank die de Elbfeeder rijk is: een knutselconstructie van palettenplanken en bobijnen voor touwen. Lang hou ik het niet vol; de bank is gemaakt op Filippijnse maat, dus veel te klein. Maar het is een bank. Naar Elbfeederse normen een geweldige luxe.

 

Na een uur varen we voorbij de kade waar de ferryboten van de vaste lijn naar Roscoff in Frankrijk aanleggen. De Connemara ligt er te wachten. Met deze ferries arriveerde hier 27 jaar lang (van 1977 tot 2003) de Franse schrijfster Genoîte Groult voor haar jaarlijkse Ierse visvacantie. In haar huisje in Kerry aan de westkust ontving ze ook haar minnaar die we kennen uit haar roman “Zout op mijn huid”.    Het ongelooflijke toeval wil dat het “Ierse Dagboek” dat ze hierover schreef, een maand voor mijn vertrek in het Nederlands verscheen.    Ik las het ademloos uit. En nu, een week na de laatste bladzijde, zie ik één van de schepen die haar jaar na jaar hierheen brachten. (overigens: in haar dagboek kan je lezen dat de minnaar in “Zout op mijn huid” in werkelijkheid geen Ierse zeeman was, maar een… Amerikaanse piloot!)

 

Ergens op de rivier Lee, krijg ik plots “netwerk” en ik bel lang met Spreeuwtje. Ze redt het prima zonder mij. Ze zit met de kleinkinderen aan zee en ze spreekt al in termen van “als je nog eens een volgende keer vertrekt, dan…” Ik beschouw dit als een goedkeuring en zo komt mijn gedroomde trip naar Jamaïca een stuk dichter bij de werkelijkheid.

 

In mijn cabine werk ik nog wat aan dit dagboek terwijl het schip tegen de kade wordt gemaneuvreerd. In Cork lost de Elbfeeder 264 containers en neemt er 392 aan boord. 656 wisselingen in totaal.

 

We mogen vanavond niet van boord, maar dat is absoluut niet erg. Tegen 22u beklim ik de trappen naar het zesde dek. Het lossen is volop bezig. Chief Officer Illia vertelt dat we in het beste geval morgen rond 18u vertrekken, op het moment dat de hoge tij inzet. Maar veel hangt af van de dockers. Van de “Irish factor”. Ik neem afscheid en ga slapen. Achter Illia duikt nu de kapitein op. Hij laat zijn blik even over de ruimen gaan. Dan draait hij zich om en begint zwijgend, met de handen op de rug heen en weer te marcheren.