Reisverhalen blog

HET ZEPPOS-0060 REISVERHAALvan Georges De Caluwé, CptnZeppos passagier

Hier vind je de blog geschreven door Georges De Caluwé, CptnZeppos reiziger.

Voor acht dagen in de schoot van de Timca. Verslag van een zeereis van Antwerpen naar Hanlo en Rauma in Finland en terug, aan boord van het Nederlandse CONRO schip TIMCA. Waar polderboeren ooit voren trokken op kleikavels, ploegde een zeeschip zich door het dokwater van de Waaslandhaven voor een zeereis naar de Botnische Golf. Kort tevoren werd de Timca, zo heet het schip, geladen met laadkisten, trailers en vrachtwagens. Zelfs een buitenmaatse maaidorser werd de laadbrug van het roroschip opgereden. Hier in de Kallose polder zal die niet meer oogsten, wel in Finland, de bestemming van de reis. Ook een kolos van een bulldozer werd gestouwd, niet om de polderklei onder vijf meter zand te bedelven, dat was een halve eeuw eerder al gebeurd.
 Er heerste een genietbare drukte op de kade, gadegeslagen vanop een klein platform achter het witte kasteel van het al even witte schip: af en aan rijdende reach stackers, dat zijn tuigen met een lange en vooral sterke arm waaraan een zogenaamde spreader bengelt om laadkisten als het ware met losse pols op te tillen en ze klaar te zetten bij de havenkraan, waarop hoog en droog een machinist op zijn beurt de container op de voorbestemde plaats op dek mikt. Daar beneden stuurden trailerchauffeurs behendig mobiele lasten over de laadbrug het benedendek op, gezeten op een draaistoel, die de bestuurder in een oogwenk de tegenovergestelde richting op doet kijken, telkens hij aan een nieuw manoeuvre begint. Dit schouwspel van bedrijvige mensenmieren zou zich later enkele keren herhalen in de twee Finse havens, Hanko en Rauma, die het schip op deze tocht aandeed. Er was ook menselijke lading aan boord gebracht, althans ze deden dat zelf, de zes passagiers die over de laadbrug de gapende open buik van het ConRo schip instapten, enigszins bedremmeld, maar vol verwachting. Het waren niet allemaal landrotten, één, een voorkomende Delvenaar had al meerdere cruisetochten op zee achter de rug en in zijn geheugen, een andere, een pientere West-Vlaming had zelfs al buitengaats gezeild. De derde, een lang opgeschoten Belg, van jongs af gedrenkt in scheepsromantiek, had tot dan toe enkel gepraat over de zeevaart, als gids op havenrondvaarten. Nu, na bijna een heel leven zou de daad bij het woord gevoegd worden. Twee Franse dames zorgden voor wat tegengewicht op de balans der geslachten, niet alleen ten opzichte van het reisgezelschap, maar ook ten opzichte van de bemanning die uitsluitend uit leden van mannelijke kunne bestond. Ten slotte voegde zich een zestienjarige Nederlandse student bij de groep, tot aan boord begeleid door een zorgzaam kijkende moeder. Een dikke smakkerd en de jongeman mocht aan zijn maidentrip beginnen, dromend van zeemanschap in het verschiet? Alle zes betrokken ze een kajuit, met uitzondering van de Françaises, die elkaar de volle reis gezelschap zouden blijven houden, tijdens het eten, op dek, in de kajuit met stapelbed. Nadat de koortsachtige bedrijvigheid op de kade geleidelijk was uitgestorven, trad er een heilige stilte in, die de passagiers betoverde: wachten op het van wal steken. Dan spuwde de schouw een bruine rook uit en begon het scheepslichaam in al zijn geledingen te trillen. Het was best eraan te wennen, want dat bleef doorgaan tot in de volgende haven. Reikhalzend keken de reizigers uit naar een bootsman die de trossen losgooide. Een zachte deining nam de plaats in van vaste grond onder hun voeten. Later, op de Noordzee, vanaf de Duitse Bocht, zou de deining overgaan in licht stampen en matig rollen, voldoende om twee opvarenden een milde vorm van zeeziekte te bezorgen en een derde naar het wonderpilletje te doen grijpen. Uiteindelijk zou niemand een emmer nodig hebben. Na één of twee nachten voelden het gebrom van het koppel twaalfcilinders, dat het schip voortstuwt, en het onophoudelijk getril voor de kooislapers aan als een wiegelied. Het lot en het welzijn van de reizigers werd vanaf dan mede bepaald door een Nederlandse kapitein met zijn drie Russische stuurmannen, drie dito machinisten en veertien Filipijnse zeelui, waarvan een kok en een kokshulp, die ook instaat voor het huishouden van bemanning en passagiers. Die laatste twee zorgden vooral voor het lichamelijke welzijn van de opvarenden: wie een restaurantmenu verwacht had, had beter voor een luxe cruiseschip gekozen. Hier werd degelijke dagelijkse kost opgediend. Aan boord van een schip heerst een strikte rangorde met duidelijk afgebakende taken en vaste uurroosters. Zo doet bijvoorbeeld de eerste stuurman dagelijks de wacht op de brug tussen vier en acht uur. De passagiers ontkomen aan die routine, hun vaste prik blijft beperkt tot de uren van de drie maaltijden. Op een schip zit men letterlijk in hetzelfde schuitje en dan is orde en structuur onontbeerlijk om een vaartuig van tweehonderd meter lang en vijfentwintig meter breed in goede banen te houden. Hoezeer de bemanning ook van uiteenlopende windstreken afkomstig is, varen eist eenheid in verscheidenheid. Aan de top van de piramide staat de kapitein, die in niet geringe mate de sfeer bepaalt aan boord. Deze passagiers boften: hij liet hen ten allen tijde toe op de commandobrug en vertelde honderduit over het reilen en zeilen aan boord. Het kwam de passagiers voor dat hij van zijn bemanning dezelfde openheid verwachtte. Mettertijd werd het de gasten duidelijk dat deze houding mede is geïnspireerd door de eigenaar van de Timca: in koeien van letters staat de naam ‘Transfennica’ op de romp. Dat was de vroegere Finse eigenaar. Ondertussen is die opgegaan in de Nederlandse rederij Spliethoff. Dat de Timca nog onder Nederlandse vlag vaart is sprekend voor de bedrijfspolitiek: geen uitvlagging naar goedkope vlaggenstaten, waar de sociale voorwaarden voor de bemanning soms te wensen overlaten. Maar dan nog maakt de figuur van de kapitein een verschil: deze leek een vader die openheid, deemoed en gestrengheid in balans weet te houden zoals de lading aan dek evenwichtig moet verdeeld zijn om onderweg niet te kapseizen. De reizigers moesten zich aan drie regels houden: enkel kijken maar nergens aankomen, afzijdig blijven bij manoeuvres en niet over politiek praten ten einde geen gevoelige snaren te raken bij de divers samengestelde bemanning. Passagiers konden zich zo afzonderlijk houden als ze maar wilden, ze moesten wel drie keer daags samen aan tafel. Niet aan aparte tafeltjes, als eilandjes in de mensenzee, neen elkaar recht in de ogen kijkend. Dan voltrok zich een wonderlijk sociaal proces: na wat aftasten ontstond een gedeelde groepsgeest.Met als smeerolie de gemeenschappelijke belangstelling voor een weekje leven op zee. Op den duur ontsnapt ook een verstokte einzelgänger niet aan de roep van de groep, zij het getemperd en met mate. Op deze reis was er een taalbarrière tussen de Françaises en de Nederlanders. Gelukkig waren er Belgen om te overbruggen. Bij de verscheiden bemanning is het Engels het bindmiddel. Al lang geldt het adagium ‘England rules the waves’ niet meer, maar wel ‘English rules...’ Alle nautische termen zijn in het Engels. Als toemaatje voor de Nederlandstalige gasten vertaalde de Nederlands-Limburgse kapitein desgevraagd de scheepstermen: helm, telegraaf, bakboord, stuurboord, kombuis, ... Diep in de buik van het schip bevindt zich een tweede wereld, een ‘onderwereld’. De machinekamer is een fabriek onder de waterlijn, waar de hoofdwerktuigkundige de plak zwaait, midden het oorverdovend pulserend lawaai van de machines en in een tropische warmte. Zonder oorschelpen komt men er niet in. Zonder kennis geraakt men niet uit de wirwaraan leidingen en platformen. Enkel wanneer de passagiers bij hun bezoek de ellenlange schroefas zagen draaien, konden ze zich opnieuw oriënteren. Die schroefas gaat helemaal achter het schip onderaan naar buiten. Enkel in de mess ontmoeten de gescheiden werelden van de machinekamer, de dekken en de stuurhut elkaar. Tijdens manoeuvres is de walkietalkie de verbindingslijn. Na talrijke bezoeken aan de eerste wereld- de stuurhut- geraakten de passagiers wijs uit de navigatiesystemen en begonnen ze zich te gedragen als stuurlui in spe: bij elk bezoek op de brug even kijken op de schermen van de satellietnavigatie om te zien of het schip nog op koers zat. Tussendoor konden ze urenlang wegdromen, turend naar de einder, het steeds veranderende spel van licht, lucht en water ervarend, schepen in de buurt taxerend of gewoon luierend in de zon. Een van het hoogtepunten was het bijna gelijktijdig ondergaan van de zon en opkomen van de volle maan. Waar anders dan op volle zee is dat astronomisch fenomeen in volle glorie zichtbaar? Nooit verveelde de aanwezigheid midden die eindeloosheid. En als er plots een mistbank opdook werd het spookachtig rond de veilige geborgenheid van dat stootsgewijs brommende, dreunende vaartuig. Eén van de passagiers, de West-Vlaming, was voortdurend gewapend met telelens en fototoestel. De anderen zagen hem vaak beelden schieten voor wat mogelijks een indrukwekkende verzameling wordt. Niets ontglipte zijn alziend oog. Niets van wat er gebeurt aan boord, geschiedt inderdaad ongemerkt. En als het al niet onmiddellijk wordt waargenomen, dan wel in uitgesteld relais: alle bewegingen, metingen, gesprekken in de stuurhut worden opgeslagen in bestanden, op geluidsbanden, bewaard in een ‘zwarte doos’. Traditiegetrouw wordt ook nog het logboek ingevuld voor het geval de elektronica het laat afweten. De reis eindigde met een apotheose : de opvaart op de Schelde. Er was al eens een loods aan boord gekomen, een Fin, om de Timca veilig door de wateren van de Botnische Golf te leiden, uren aan een stuk verplicht zigzaggen tussen ontelbare rotseilandjes. Daar was geen horizon meer te bekennen, langs alle zijden omringd door land, een ‘rotszee’. Ver van de Walcherse kust, met nog net de vuurtoren van Westkapellen pinkend aan de horizon, kwam de zeeloods aan boord om de Timca naar de Scheldemonding te loodsen, een onderneming die bij laag water uiterste precisie vergt, nog geen anderhalve meter speling onder de kiel! Geen probleem voor deze met Oostendse tongval sprekende loods, een zeeman die nog met tankers vol vloeibaar aardgas had gevaren. Ook hij leek aangestoken door het virus van de mededeelzaamheid. Een spraakwaterval die de passagiers leek te beschouwen als extra stuurlui. Ter hoogte van Vlissingen werd hij afgelost door de Schelde loods, die met een deinende jol tot vlak bij het zeeschip werd gevaren en dan met een welgemikte sprong verdween in een zijdeur in de romp. Ook nu mochten de passagiers het schouwspel volgen op de brug. Het was ondertussen donker geworden, zodat de loods en de stuurman de Timca in de zich van linker- naar rechteroever meanderende vaargeul moesten houden tussen de rood en groen verlichte boeien. De stilte werd af en toe onderbroken door korte aanwijzingen van de loods, die in Engels nautisch jargon werden uitgesproken. Het was al diep in de nacht toen de Belgische grens werd overschreden. Nog twee passagiers bleven op om de overvloed aan lichtjes van de Schelde in ogenschouw te nemen. Kruisende schepen doken als schaars verlichte gevaarten op, en leken rakelings langs de Timca te scheren. Toen de Timca uiteindelijk aanmeerde in de Kallosluis, zat de taak van de loods erop. De overgebleven passagiers op de brug zochten moe, maar tevreden voor de laatste keer hun kooi op. Wat hebben ze geleerd ? Slechts een glimp van het zeemansleven. Want nu ze terug thuis zijn, gaat voor hen het vertrouwde landleven verder. Ze gaan niet weten hoe het voelt om acht maanden ononderbroken aan boord te leven, zoals de Filipijnse matrozen doen en dan drie maanden aan de wal in hun thuisland te vertoeven. En dat voor velen onder hen jaren aan een stuk. Elk van hen is een kleine speler in de wereldeconomie, maar onmisbaar. Hopelijk blijft de zee hen betoveren zoals ze deze zes passagiers acht dagen in haar ban hield. Georges De Caluwé, ‘derde’ passagier aan boord van de Timca van 4 tot 12 juli 2025

WELKOM AAN BOORD

Je eigenverhaal starten?

Je verhaal begint met ons te vertellen op welke zee of oceaan je tijd wil spenderen en wanneer je jouw avontuur wil starten.

CONTACTEER ONS