Antwerpen—  Dublin — Cork — Antwerpen.

— door Ward Hulselmans

Woensdag 22 mei 2019

 

Bij de eerste blik door de patrijspoort schrik ik me rot. De reusachtige wand van een Chinees containerschip schuift vlakbij mijn raam voorbij. “Yang Ming” staat erop, in letters even hoog als heel de Elbfeeder. We naderen Antwerpen en deze confrontatie komt hard aan. Ik scharrel mijn spullen bijeen. Ik wil straks zo snel mogelijk van boord. Ik heb echt geen zin om op te schrijven hoe geweldig het is om onze fiere haven binnen te varen. Het IS ook geweldig en zo, maar zoeken jullie zelf maar uit hoe het voelt. Ik zet er hier een punt achter.

Ik wil nog slechts één ding: het gevoel vasthouden dat ik gisteren nog had; de intense tevredenheid op de vrije zee te kunnen varen, door niets afgeleid, weg van de wereld, alleen, maar verre van eenzaam.  Wat was ik de afgelopen week toch een gelukzak!

“Ik ben opgegroeid in zee en de armoede was een pracht, toen heb ik de zee verloren en alle luxe scheen me vaal, het verdriet ondraaglijk. Ik wacht, sindsdien. Ik wacht op de boten van de terugkeer, het huis dat het water is, de doorzichtige dag. Ik oefen geduld, ik blijf uit alle macht beleefd. (…) Wat anders te doen als ik maar aan één beeld herinnering heb? Ten leste dwingen ze mij te zeggen wie ik ben. “Nog niets, nog niets…”

(Albert Camus. ‘Alleen de zee rondom’ (Scheepsjournaal) 1953.